Mijn vader en corona # Overdreven

320c5628-50c9-4150-8143-31710e17e5acMijn vader is 88 jaar en woont alleen. Sinds vier jaar lijdt hij aan dementie. Naast de thuiszorg die een paar keer per dag komt, zorgen mijn twee broers, zus en ik voor hem. Dat is nu, door de maatregelen die tegen het coronavirus zijn genomen, extra ingewikkeld.

Mijn broers, zus en ik overleggen dagelijks via onze bedrijvige whatsappgroep. Wie voelt zich fit genoeg om naar onze vader toe te gaan? Iedere snotneus, ieder kuchje wordt gemonitord en is verdacht. We willen geen enkel risico nemen, want we denken één ding zeker te weten: onze kwetsbare vader gaat een besmetting met het coronaviris niet overleven.
“Ik ben een beetje misselijk”, appt mijn zus. “Is dat ook een symptoom?”
“En duizeligheid?”, vraagt mijn jongste broer. “Ik ben ook steeds zo rillerig, ik ga maar even niet.”
Zelf liep ik ook twee weken met een lichte verkoudheid, dus alle zorg kwam op het bordje van mijn oudste broer.

Om de dag ging hij even langs bij onze vader. Niet gaan is geen optie, want hij is afhankelijk van ons. We doen zijn financiën, halen zijn boodschappen, helpen hem naar boven om zich te douchen en te scheren, maaien zijn gazon en zorgen dat hij af en toe nog even van de bank afkomt. Want als het aan mijn vader ligt blijft zijn leefruimte beperkt tot de bank in de woonkamer. De hele dag zit hij te suffen met de krant op zijn schoot. Of hij echt iets leest weten we niet. Af en toe is hij zo moe dat hij even gaat liggen. We hebben al geaccepteerd dat hij de meeste nachten ook op de bank doorbrengt.

Maar er is één ding dat mijn vader van de bank afkrijgt: de zon. Zodra die begint te schijnen, wil mijn vader naar buiten. Hij waant zich direct in de zomer en wil naar het centrum van het dorp waar hij woont. Dat dit inmiddels bijna te ver lopen voor hem is realiseert hij zich niet. Net zo min als dat hij zich realiseert dat het zonnetje ook in de winter kan schijnen. Staat hij met zijn zomerjas aan in de voortuin en schrikt zich een hoedje van de ijzige wind.

Afgelopen week heeft de zon veelvuldig geschenen. Iedere keer als ik mijn vader belde, drukte ik hem op het hart niet naar buiten te gaan.
“Nee pap, het is echt niet verstandig. Iedereen moet binnenblijven. Dat komt door het coronavirus.”
“Ach hou toch op, ik vind het zo overdreven allemaal.”
“Nou pap, die maatregelen zijn echt niet voor niks hoor. Het is heel besmettelijk en een venijnig virus.”
“Maar een ommetje kan toch geen kwaad? Even wat drinken op een terras in het dorp en dan ga ik weer naar huis.”
“Maar alle cafés zijn dicht pap. Je kunt nergens iets drinken.”
“Haha, nou moet je ophouden hoor. Ik geloof er niks van.”
“Pap, ik zweer het je, alles is dicht: de scholen, de restaurants, de theaters, iedereen blijft binnen.”
“Nou nou, wat stel jij je aan zeg. En luister eens, als het echt zo erg is allemaal, dan had ik er toch wel iets over gelezen in de krant?”

Op dat moment realiseerde ik me dat het niet uitmaakt wat ik zeg., Mijn vader is niet binnen te houden. Als ik iets leer van de ziekte van mijn vader is het wel om zachtjes mee te bewegen, met of zonder zon.

  1. Zo herkenbaar, dat komt niet binnen en die krant, die “leest” hij allang niet meer. Lees Voorbij Voorbij maar van Clairy Polak. Triest hoor voor hem en ook voor jullie, om zo machteloos te zijn.
    Dikke kussss

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>